contact@platform-oorspronkelijke-rechten-inheemsen.org

blogs

INLEIDING

Voorafgaand aan de occupatie van Amerika door Europeanen woonden mensen in Amerika. Zij hadden een hoogstaande beschaving en cultuur. Zij leefden eeuwenlang in harmonie met en op de grond die zij verworven hadden. Hun opvatting was, dat hun grond onbegrensd was. Zij verplaatsten zich overal en vestigden zich ook overal zonder gehinderd te worden door derden die hun volstrekte vrijheid en eigendom betwistten. Hun eigendomsrecht was niet afgeleid van de eigendom van anderen. Hun eigendom van de grond, de bossen, de rivieren de bergen, was originair. Hun eigendom werd door de kolonisatoren bezet. Die bezetting gaf geen recht van eigendom op de eigendom van de Inheemsen, noch was er sprake van een afgeleid recht. Er is nooit een recht gevestigd op de eigendom der Inheemsen. De aanname van het beginsel van juridisch eigendom van de kolonisator was juridisch gezien een fictie. De kolonisator had geen eigendom en kon ook geen eigendom overdragen.

De kolonisatoren, Engelsen van 1650 tot 1667 en de Nederlanders van 1667 tot 1975, hebben de eigendomsrechten van de Inheemsen genegeerd alsof ze nooit hebben bestaan. Het niet erkennen van de originele eigendomsrechten van Inheemsen op de grond door de kolonisator geeft ons niet het recht om in hun voetsporen voort te gaan en net doen alsof Inheemsen geen eigendom hadden voorafgaand aan de Europese occupatie.

Uitgaande van de MvT van de ontwerpwet Grondenrechten van Inheemsen en Tribalen zou er sprake moeten zijn van een zeer progressieve wet die eindelijk orde op zaken stelt. Een nationale wet die eindelijk koloniale structuren van weleer definitief opzijzet. Onder a2 van ALGEMEEN  stelt dit ontwerp: 

De doelen van deze wet zijn als volgt: 

  • De wettelijke erkenning van de collectieve rechten en collectieve rechtspersoonlijkheid van de Inheemse en de Tribale volken in Suriname. 
  • Het garanderen van de rechtszekerheid en rechtsbescherming van de collectieve rechten van de inheemse en de tribale volken. 

De doelen van deze wet zouden echter moeten zijn:

  • De wettelijke erkenning van de originaire eigendomsrechten op de grond van de Inheemse volken en de derivatieve rechten daarop van de Tribale volken in Suriname.
  • Het garanderen van de rechtszekerheid en rechtsbescherming van deze rechten op de grond van Inheemse en Tribale volken.

Regering van Suriname en DNA hebben echter voorbereidingen getroffen om binnenkort het eeuwenoud eigendomsrecht van Inheemsen op hun grondgebied verder aan te tasten, met voorbijgaan aan deze originaire rechten en zonder gebruik te maken van een onteigeningswet. 

De oorspronkelijke eigenaren van de grond in Suriname worden door de ontwerpwet “Wet Collectieve Rechten Inheemse en Tribale Volken” wettelijk in een eng keurslijf geperst waarbij zij van de ruimhartigheid van coalitie, de oppositie en de regering, de “gelegenheid” zullen krijgen om binnen een straal van 5 kilometers rondom hun huidige woongebieden traditionele activiteiten te ontplooien. Zij krijgen “collectief eigendom” op hun eigendom. Met dit collectief eigendomsrecht zullen ze heel weinig kunnen beginnen. De term collectief eigendom mag niet verward worden met eigendom zoals die is neergelegd in artikel 625 van het Burgerlijk Wetboek dat voor heel Suriname geldt. Collectief eigendom is geen eigendom!

Wij staan als samenleving op het punt om een stuk onrecht tegen Inheemsen en Tribalen te bevestigen die zijn weerga in onze geschiedenis niet kent. Wij dienen als samenleving deze vraag te beantwoorden: hoe democratisch is de democratische rechtstaat Suriname wanneer hij voorbijgaat aan de oorspronkelijke eigendom der Inheemsen. Er zijn meer dan 300 jaar voorbijgegaan aan de bezetting van het oorspronkelijke eigendom der Inheemsen. Maar wij zijn Surinamers en geen kolonisator. In aanloop naar 50 jaar onafhankelijkheid zullen wij het oorspronkelijke eigendom der Inheemsen moeten erkennen! 

Wij kijken samen met de inheemsen tegen de roof aan van hun land dat eeuwen geleden is begonnen door Europese rovers. Die roof was gespeend van enige beschaving. De gevolgen zijn nu nog steeds merkbaar. In het vervolg van dit artikel zal ik om die reden de term “barbaren of barbaar” gebruiken voor aanduiding van de wrede indringers uit Europa vanaf hun zogeheten “ontdekking” van Amerika, tot heden. 

Zeer lezenswaardig binnen dit verband is het meesterwerk van Eduardo Galeano: Las venas abiertas de America Latina, “De aderlating van een continent”. De wrede kolonisatie van Latijns-Amerika, waaronder Suriname, werd door Galeano vanuit een ander perspectief geschreven dan gebruikelijk door traditionele geschiedschrijvers.

Wikipedia: Met een barbaarse handeling wordt een onmenselijke handeling, een gruweldaad of wandaad bedoeld; een handeling zonder respect voor een ander persoon, of zijn bezittingen. 

Ch. N. Mijnals

advkantmijnals@yahoo.com 


De barbaren, (Spanjaarden), Engelsen, Portugezen, Nederlanders, Duitsers, Fransen, Belgen etc. hebben rond 1500 hun wilde occupatie en rooftochten rond de wereld uitgevoerd en onder bruut geweld, de wereld buiten Europa onder elkaar verdeeld. De Inheemsen hadden in hun ogen geen eigendom op niets en geen geschiedenis. 

Formele onteigening van hun land heeft nooit plaatsgevonden.  

Tussen 1500 en 1650 heeft onregelmatige koloniale occupatie en plundering van Suriname plaatsgehad.  

Toen Willoughby in 1650 Suriname occupeerde had hij geen toestemming van zijn barbarenkoning. Die was op 30 januari 1649 ontzet en onthoofd door het parlement. Twaalf jaar daarna kwam toestemming van de nieuwe koning. Willoughby luidde toen pas de systematische kolonisatie van Suriname in. 

“Roofrecht en oorlogsrecht” waren uitsluitend voorbehouden aan de barbarenkoningen die zich soeverein noemden. Alleen zij waren gerechtigd tot landroof en stichten van koloniën. Vanaf 1667 tot 1975, werden de Engelse barbaren vervangen door Nederlandse. Die gaven grond uit onder de titels “volle en vrije eigendom, allodiaal eigendom en erfelijk bezit en erfpacht”. Roof en bruut geweld waren geen legale titel die recht gaf op beschikkingsbevoegdheid en gronduitgifte. Volle en vrije eigendom etc. waren niet originair (oorspronkelijk), niet derivatief (legaal afgeleid) en hadden geen geoorloofde oorzaak! De gronduitgiften en de daaraan voorafgegane occupatie waren onrechtmatig.  

De Inheemsen werden steeds dieper het binnenland in gedreven waar zij hun leven zoals eeuwen daarvoor konden voortzetten, zonder kolonisatie, slavenplantages en onderdrukkingsregels der barbaren. Zij maakten gebruik van hun eigendom, leefden in vrijheid, trokken van de ene plek naar de andere en kenden geen begrenzingen of afbakeningen. 

Samenvattend: De Inheemsen hadden originair eigendom. De barbarenkoning verschafte zichzelf illegaal “dominium directum” (juridisch eigendom) op het geroofde. De rover (Abraham Crijnssen) verkreeg van hem   “gebruiksrecht”, die ook eigendom werd genoemd. De rover gaf titels op de grond uit aan kolonisten die aanvankelijk “volle en vrije eigendom” werd genoemd, daarna allodiaal eigendom en erfelijk bezit. Daarnaast werd erfpacht en vanaf 1982 grondhuur uitgegeven. 

Roof en bruut geweld waren geen legale titel waaraan rechten tot uitgifte konden worden ontleend. Inheemsen hebben nooit afstand gedaan van hun eigendom. Juridisch zijn alle uitgiften zonder toestemming der Inheemsen illegaal vanwege afwezigheid van beschikkingsbevoegdheid. 

Het domeinbeginsel.

Op 25 november 1975 vertrok de kolonisator uit Suriname. De overgedragen regeermacht aan de toenmalige regering werd na een staatsgreep van 1980 overgedragen aan de Nationale Militaire Raad. In 1982 kwam de Wetgeving Betrekking hebbend op Landhervorming tot stand, meer bekend als de L-decreten, waaronder L-1, Beginselen van het Grondbeleid

Artikel 1lid 1 van dat decreet drukt een beginsel uit dat bekendstaat als het domeinbeginsel.

“Alle grond, waarop niet door anderen recht van eigendom wordt bewezen, is domein van de Staat”.

Met deze ene regel in de wet lijken de eigendomsrechten van Inheemsen “verdwenen”, hoewel dat beginsel primair betrekking had op gebieden waar uitgifte heeft plaatsgevonden. Het recht van eigendom der Inheemsen past niet in de beschrijving van in artikel 1 lid 1 van het decreet L-1. Hun duizenden jaren recht van eigendom kunnen ze volgens ons geschreven recht niet bewijzen. Dus zegt die ene regel dat Inheemsen geen eigendomsrecht op hun grond hebben. Zelf de barbaren zijn niet zover gegaan! Wat is er dan in ons gevaren dat wij wetten maken die voorbijgaan aan zoiets fundamenteels als eigendomsrechten der Inheemsen, de werkelijke eigenaren van de grond en doodeenvoudig bepalen dat ze niets hebben.

Het domeinbeginsel constitueert omgekeerde bewijslast. 

Hij die stelt eigenaar te zijn moet dat bewijs leveren. De Staat stelt dat hij eigenaar is maar hoeft niets te bewijzen. Het domeinbeginsel vrijwaart de Staat van de bewijslast. Die wordt nu omgekeerd en ligt op het bord van de Inheemsen. Zij zouden hun eigendomsrecht moeten bewijzen tegenover de Staat. Dat heeft de wetgever in 1982 bepaald! Echter, de overdracht van de regeermacht in 1975/1980 liet het eigendom der Inheemsen onverlet. Hun eigendom bleef intact, ongeacht in wiens handen het zich ook bevond. Hun eigendom heeft geen verjaringstermijn.

Vanuit Inheems perspectief zou er sprake moeten zijn van het “Inheemsenbeginsel” omdat zij de authentieke eigenaren zijn, zij hebben niets te bewijzen! Hij die meent eigendom op hun grond te hebben moet dat bewijzen, zo ook de Staat Suriname die zijn intrede deed op 25 november 1975. Erkenning van het “inheemsenbeginsel” is primair en ligt aan de basis van onderzoek en discussie over de ontstane situatie van gronduitgifte door de Staat.

Chas Mijnals

advkantmijnals@yahoo.com 


De naam van ons land: Suriname

Suriname is een land met een rijke geschiedenis en cultuur. De naam van het land heeft ook een interessante geschiedenis. In dit blogbericht zullen we een kort historisch overzicht geven van de naam van Suriname.

De oorspronkelijke bewoners

De eerste mensen die het gebied dat nu Suriname is bewoonden, waren de Saldero-volken. De Saldero kwamen via Venezuela naar dit gebied, gelegen langs het middenloop en ten zuiden van de Orinoco-rivier. Dit gebied stond destijds bekend als ‘Masuana-ali’ (Het Amazone van mij).

De Saldero spraken Arowaks, een volk dat bedreven was in landbouw en landbouwproducten. Ze hadden veel kennis van voedingsgewassen, zoals cassave, bananen, pompoen, suikerriet, peper, cacao, koffie, katoen (verschillende soorten wortelknollen), zoals sjoetayer (vergelijkbaar met de Chinese tayer maar groter), pomtayer en de vingatayer, die gebruikt werd voor soep. Andere gewassen omvatten napi (waaronder wak waka napi in paars), sidong napi, jamsi napi, aardappelen, rode bieten, de bekende ingi klaroen en gogomago, enzovoort.

De Saldero-volken noemden zichzelf Lokono of Arowakken. De definitie van Lokono is ‘de mens’, en Arowakken verwijst naar de Arowak-sprekende volkeren. De voertaal was Arowak.

De naam SURI’YAMA

De naam Suriname is afgeleid van de oorspronkelijke naam SURI’YAMA. SURI’YAMA was de naam van een watergeest die in de omgeving tussen de huidige ‘Marinetrap’ en ‘Fort Zeelandia’ leefde. Bij de komst van vreemdelingen veroorzaakte deze watergeest woelige wateren en draaikolken, waardoor schepen zonken en vele levens werden geëist.

De spirituele leiders van de Saldero’s waren traditioneel dragers van de mystieke orde. De oorspronkelijke bewoners gaven namen aan rivieren, bergen en plaatsen op basis van de omstandigheden of gebeurtenissen. Spirituele leiders hadden contact met de geestelijke wereld en konden via culturele ceremonies communiceren met deze wereld. Zo kwamen ze in contact met de watergeest, die SURI’YAMA heette, en sloten ze een verbond voor wederzijdse erkenning en respect. Dit leidde tot vrede en rust, zij het met af en toe mensenlevens die werden geëist. Velen die niet langer in hun eigen voortbestaan geloofden, gaven hun leven op bij de Marinetrap, vergelijkbaar met wat er nu gebeurt bij de Bosjebrug. Het is van groot belang om dit serieus te nemen en te beseffen dat er genezing nodig is voor het leed dat is aangedaan aan de oorspronkelijke bewoners van deze gebieden, rivieren, wateren en land.

De vervorming van de naam

De naam van de watergeest werd uiteindelijk overgenomen door de oorspronkelijke bewoners, die de oude traditionele naam ‘Masuana-ali’ vervingen door de naam SURI’YAMA van de watergeest. Deze naam draagt een diepgaande spirituele betekenis met zich mee.

Toen de Europeanen het gebied koloniseerden, verkeerden ze de naam SURI’YAMA op als SURINAME. Dit is waarschijnlijk een gevolg van de manier waarop de oorspronkelijke naam werd uitgesproken door de Saldero-volken. De letter “Y” in de naam SURI’YAMA wordt uitgesproken als een “I”. De Europeanen, die niet bekend waren met de taal van de Saldero’s, hoorden waarschijnlijk “SURINAME”.

De naam van Suriname heeft een rijke en betekenisvolle geschiedenis. De naam is afgeleid van de oorspronkelijke naam SURI’YAMA, die de naam was van een watergeest die in het gebied leefde. De naam SURI’YAMA draagt een diepgaande spirituele betekenis met zich mee.

Het is belangrijk om de oorspronkelijke betekenis van de naam Suriname te kennen en te begrijpen. Dit helpt ons om de rijke geschiedenis en cultuur van het land te waarderen.

Dit artikel is bewerkt en omgevormd tot een blog door Aiyana Elmzoon met toestemming van Alwin R. Ligorie, 

als onderdeel van het proces om zijn waardevolle geschriften met een breder publiek te delen.